Scenariostudie ‘Werkplaats van de Toekomst’

18 december 2017

Met de snelle toename van het aantal elektronische systemen en smart mobility toepassingen (de connected car), worden auto’s steeds complexer. Tegelijk verandert ook de aandrijflijn van de auto. Elektrisch rijden, al dan niet via waterstof of accu’s, is de toekomst.

Maar wat betekent dit voor de eisen die de automotive branche stelt aan monteurs? Zijn die straks voldoende toegerust voor hun taken? En hoe ziet die ‘Werkplaats van de toekomst’ er eigenlijk uit? Om dit goed in beeld te brengen heeft Innovam een scenariostudie uitgevoerd naar de Werkplaats van de Toekomst.

Hoewel de officiële resultaten van het onderzoek pas begin volgend jaar beschikbaar komen, licht de nieuwste editie van GO!Mobility Magazine vast een tip van de sluier op. De studie is een initiatief van RAI Vereniging, BOVAG, Innovam en het opleidingsfonds OOMT.

Vier toekomstbeelden
De focus ligt op het jaar 2040, vertelt Eric van ’t Hof die als senior consultant van Innovam samen met Bram Wolf verantwoordelijk was voor de uitvoering van de studie. De studie schetst vier mogelijke toekomstbeelden die zullen worden weergegeven op twee assen waarop valt af te lezen hoe het zit met klantacceptatie en nieuwe toetreders.

Afschaffen APK
Er zijn vijf dominante trends die in de studie veel aandacht krijgen en die tot op de bodem zijn uitgezocht: 1) wet- en regelgeving (het in de toekomst afschaffen van de APK); 2) alternatieve aandrijflijnen (hybride, elektrisch, LNG, waterstof etc.); 3) autonoom rijden; 4) Mobility As A Service (MAAS), private lease en autodelen en 5) connectivity en data.

Die trends zullen, benadrukt Van ’t Hof, in combinatie met de komst van nieuwe technologieën van grote invloed zijn op de bedrijfsvoering van garagisten én andere eisen stellen aan het monteursvak. ‘Het is een gegeven dat de onderhoudsbehoefte van auto’s afneemt en onderhoudsintervallen zelfs geheel verdwijnen. Auto’s worden steeds vaker ‘over the air’ uitgelezen en hoeven dus niet langer op gerichte tijden naar de werkplaats. Dit betekent per saldo dat er minder auto’s minder vaak in de werkplaats zullen komen.’

Voor de monteurs hebben de geschetste ontwikkelingen tot gevolg dat zij aanzienlijk meer scholing nodig zullen hebben. ‘Bij veel monteurs ligt de interesse en de focus op het ouderwetse sleutelen, terwijl de onderhoudswerkzaamheden gaan verschuiven van mechanisch naar elektronisch. Wellicht is het nodig om die twee disciplines straks gewoon te scheiden in afzonderlijke specialismen.’

Spanningsveld
Nog voor dat het definitieve rapport is afgerond lijdt het voor Van ’t Hof geen twijfel dat de huidige monteursopleidingen geen gelijke tred houden met de snel veranderende mobiliteitsmarkt. ‘Het beroepsbeeld van monteurs in de opleidingen strookt niet altijd met de behoeften van de branche, namelijk minder mechanisch geschoolde en meer diagnostisch opgeleide monteurs. Als er niets gebeurt zal dit spanningsveld alleen maar toenemen.’