Nieuwe stedelijke mobiliteit vraagt om een frisse blik

18 juni 2018

De traditionele indeling van de stad voldoet eigenlijk niet meer, zegt Johan Diepens, directeur van Mobycon, een onafhankelijk adviesbureau voor mobiliteitsvraagstukken.

Op initiatief van de ANWB voerde Mobycon, samen met Ben Immers Advies, Bart Egeter Advies en Awareness, een onderzoek uit naar ‘robuuste stedelijke routestructuren’. Na een succesvolle toetsing in de pilot-steden Utrecht, Rotterdam en Helmond is de nieuwe integrale ontwerpaanpak voor een slimme binnenstad nu in fase twee beland.

Het voornaamste uitgangspunt bij het ontwikkelen van de integrale ontwerpaanpak was volgens hem veiligheid, vertelt hij in de nieuwste editie van het magazine GO!Mobility.

‘En een kenmerk van veiligheid is dat als iemand in aanraking komt met iets dat een grote kracht heeft aan kinetische energie, een geringe overlevingskans heeft.’

Voertuigfamilies

Dit resulteerde in het opstellen van een overzicht van voertuigen met een oplopende kinetische energie.

Dit leidde vervolgens tot een indeling van voertuigen in een zestal zogeheten ‘voertuigfamilies’ op basis van maximale massa en een maximale breedte, namelijk: A) voetgangers; B) fiets-achtige; C) lichte motorvoertuigen (snorfiets, e-(bak)fiets, bromfiets, quad, motorfiets en riksja); D) auto en auto-achtige, inclusief lichte bestelbusjes; E) vrachtauto’s en vrachtauto-achtige, inclusief bussen en F) trams en ander railverkeer.

Verkeersmilieus

Diepens: ‘bij iedere voertuigfamilie hoort een maximaal toegestane snelheid. Die hangt af van het ‘stedelijke verkeersmilieu’ of wegdomein. In zo’n verkeersmilieu – er zijn er in totaal vier – geldt voor alle verkeersdeelnemers dezelfde maximale snelheid: 10, 20, 30 of 50 kilometer. Dit heeft als voordeel dat op een wegdeel dat tot een bepaalde voertuigfamilie behoort uitsluitend gelijkwaardige verkeersdeelnemers rijden. Dit beperkt de gewichts- en snelheidsverschillen tussen voertuigen en bevordert de verkeersveiligheid substantieel.’

Pilotsteden

De ontwerpfilosofie 1.0, zoals Diepens die kwalificeert, is inmiddels in de pilotsteden Utrecht, Rotterdam en Helmond uitvoerig en met positief resultaat beproefd. Het uiteindelijke doel is om alle gemeenten in Nederland handvatten te bieden om de binnenstad slimmer, veiliger en duurzamer in te richten, beklemtoont hij. ‘Nog sterker, het is onze ambitie dat het stadsontwerp in 2025 in alle Nederlandse gemeenten standaard is. Daarom zijn de pilots ten behoeve van versie 2.0 ook al uitgerold naar Den Haag, Amsterdam, Tilburg, Rotterdam en Groningen. Met de toenemende verstedelijking over de gehele wereld is er ook internationale interesse in de ontwikkelde aanpak.’