Workshop ‘Werken aan elektrische en waterstofvoertuigen’

12 november 2019

Op donderdag 24 oktober bezochten zo’n 40 carrosseriebouwers de workshop over het werken aan elektrische en waterstofvoertuigen bij Volvo in Beesd.

Gedurende 4,5 uur werden de aanwezigen meegenomen in een nieuwe wereld waar elektriciteit en waterstof de ‘brandstoffen’ van de toekomst zijn bij het aandrijven van lichte en zwaardere bestel- en vrachtwagens. Getuige hun waardering zijn zij een stuk wijzer maar ook bewuster geworden van dit soort voertuigen waardoor onder meer veilig gewerkt kan worden met deze alternatieve aandrijvingen.

Elektrische voertuigen

Wijnand van den Brink van Volvo Trucks Nederland vertelde over de visie die Volvo heeft op zowel de CO2-problematiek als de NOx-problematiek in het stedelijk gebied. De CO2 uitstoot van het wegvervoer is tussen 1990 en 2016 met 25% gegroeid en het doel is de CO2-uitstoot tot 2025 met 15% te verlagen. Hiervoor wordt een tweesporenbeleid gevoerd: efficiëntere voertuigen en gebruik alternatieve brandstoffen. De komende jaren brengen zowel Volvo als Renault verschillende vrachtwagens met elektrische aandrijving op de markt met de techniek en ervaring die Volvo Bus hierin heeft opgebouwd.

Het gemiddeld verbruik bedraagt 0,8 kWh/km voor een 12 ton’s truck met laadklep, 1.2 kWh/km voor een 6x2 met haakarm en 1,6 kWhu/km voor een vuilniswagen. De actieradius en de noodzaak tot bijladen gedurende de dag kan exacter worden bepaald met een simulatieprogramma, waarin de route die met voertuig gereden moet worden, de laad- en losadressen, de gewichten van de lading en energieverbruik van hulpmiddelen, wordt ingevoerd.

Het gewicht van de lading en de weersomstandigheden en verkeersdrukte hebben grote invloed op het verbruik en de actieradius. Daarnaast is belangrijk dat chauffeur begrijpt hoe het systeem werkt waardoor de chauffeur ook onderweg elektrische energie kan opwekken door de juiste rijstijl en regenerenen.

De accupakketten zitten in de wielbasis van het voertuig en mogen niet verplaatst worden. Er is voorzien in voldoende koeling en verwarming voor de accupakketten om het rendement te opitmaliseren. Heeft de accu minder dan 80% capaciteit, naar verwachting na 8-10 jaar, dan zal de accu vervangen moeten worden. De oude accu is dan geschikt voor de opslag van stroom die bijvoorbeeld opgewekt wordt door zonnepanelen.

Vrachtwagens die elektrisch aangedreven worden zijn te herkennen. Dit is onder andere vanwege de aerodynamica maar ook voor herkenbaarheid voor de hulpdiensten. Het verwijderen van deze uiterlijke kenmerken wordt dan ook afgeraden.

Infastructuur en werkplaats

Dat niet alleen de chauffeur aan de elektrische aandrijving moet wennen blijkt uit de interactieve presentatie van Elske van de Fliert van Zero-e. Ook degene die een werkplaats heeft waarin elektrische en/of waterstofaangedreven voertuigen staan en de monteurs die aan dit voertuig werken moeten zich bewust zijn van mogelijke gevaren bij deze voertuigen.

De voertuigen zijn in de basis niet gevaarlijker dan een dieselaangedreven voertuig. Maar als een medewerker een fout maakt, of zich niet bewust is dat hij aan een elektrisch of waterstofvoertuig werkt, kunnen de nadelige gevolgen veel groter zijn dan bij een diesel.

In Nederland is wel een en ander aan richtlijnen: NEN 9140, PGS-26 en NPR 7910. Door als bedrijf niet alleen de werkplaats maar ook de stalling en spuiterij te toetsen op deze richtlijnen kan bepaald worden welke aanvullende maatregelen genomen moeten worden. Bijvoorbeeld bij waterstof (lichter dan lucht) is ventilatie en detectie essentieel. Ook dienen er werkvoorschriften en een noodplan opgesteld te worden voor werken met/aan deze voertuigen. Markering van de werkplek is ook een onderdeel van de veiligheid. Ook moeten medewerkers worden opgeleid.

Uiteindelijk beslist het bevoegd gezag of het bedrijf aan alle vereisten voldoet. Bedrijven hoeven geen vergunning voor elektrische- en waterstofvoertuigen te hebben, alleen een melding via formulier activiteitenbesluit is toereikend. Als de gemeente akkoord geeft dan kan de verzekering en de arbodienst geïnformeerd worden.

Waterstofspecialist

Gert-Jan Rap van RAP Clean Vehicle Technology is specialist in voertuigen met aandrijving via waterstof. Waterstof (H2) is nauwelijks in deze vorm op aarde, wel zijn water (H2O) en koolwaterstofverbindingen (voornamelijk in aardolie en aardgas) ruim aanwezig op de aardbol. Waterstof uit aardgas (CH4) gewonnen is grijze waterstof. Deze wordt gemaakt door zogenaamde Steam Methane Reforming.

Alternatief is waterstof te produceren door middel van electrolyse. Hiermee wordt water gescheiden in H2 en O2 . Als de elektriciteit die hiervoor nodig is via wind- en zonne-energie wordt gewonnen dat heet dit groene waterstof. Bij blauwe waterstof wordt de CO2 die vrijkomt bij Steam Reforming van het aardgas opgevangen en opgeslagen in bijvoorbeeld lege gasvelden. Waterstof als brandstof is bekend sinds raketten naar de maan afgeschoten werden in de jaren 60. In maart 2017 reden er wereldwijd 5.700 personenwagens op waterstof, met name in Californië en in Japan.

Elektrische aandrijving kan op drie manieren: Op basis van een vol-elektrisch voertuig met een accupakket en elektromotor. Daarnaast kan via aan seriehybride of een parallelhybride. Een seriehybride aandrijving bestaat uit een verbrandingsmotor die het batterijpakket oplaadt welke een elektromotor aandrijft. Er is geen directe koppeling tussen verbrandingsmotor en de as. Bij een parallelhybride is de verbrandingsmotor en elektromotor gekoppeld of te koppelen.

Een waterstofvoertuig kan via een brandstofcel elektriciteit opwekken en dan met een elektromotor het voertuig aandrijven. Toevoeging van een accupakket geeft de mogelijkheid om remenergie op te slaan.

Bij personenwagens wordt waterstof opgeslagen bij 700 bar in de tank, bij bussen en vrachtwagens is de druk 350 bar. Waterstof heeft een lage ontstekingstemperatuur waardoor het sneller fout kan gaan dan bij een benzinemotor. RAP Clean Vehicle Technology kan trainingen aanbieden voor monteurs die aan waterstofvoertuigen werken.

Veiligheid in de praktijk

Ten slotte hielden Edwin Geertsma en Martijn Vogels, van de afdeling training Volvo Trucks, de aanwezigen voor hoe de veiligheid in de werkplaats geregeld moet zijn, wie welke rol in de werkplaats heeft en hoe ze zelf ook een zoektocht hebben gehouden naar hoe te schakelen van de ‘oude’ dieselmonteur waar de veelal mechanische werkzaamheden geëvolueerd zijn naar een speelveld waar elektrische en waterstofaangedreven voertuigen hun intrede gedaan hebben.

Hoge voltages hebben invloed op de veiligheid en je moet je gedrag aanpassen aan de werkzaamheden die je doet aan deze voertuigen. De verwachting van beiden is dat er een switch zal plaatsvinden van allround monteurs naar gespecialiseerde monteurs per voertuig /componentgroep, gecertificeerde technici, die over nieuwe/andere competenties beschikken.

Het ‘vierogenprincipe’ dat geldend is voor werkzaamheden aan elektrische voertuigen, zal ook voor de carrosseriebouwers leidend zijn. Wat wil zeggen dat tijdens of voorafgaand aan (veiligheids)handelingen aan of nabij het hoogspanningssysteem er te allen tijde duidelijk moet zijn welke gecertificeerde technicus de werkzaamheden uitvoert en wie er toezicht houdt. Toezicht in de ruimste zin van het woord, afhankelijk van de moeilijkheid van de werkzaamheden, vaak uitgevoerd door de werkplaatsmanager (werkverantwoordelijke). Ook worden strenge eisen gesteld aan PBM’s zoals handschoenen, gelaatsbescherming, multimeters en herinschakelbeveiligingen om er zeker van te zijn dat het systeem op veilige wijze spanningsvrij te maken is. Een voorbeeld van een herinschakelbeveiliging is een plug of een stekkerafscherming met sleutel om te zorgen dat het systeem spanningsvrij blijft. Speciale schoenen zijn niet nodig voor deze werkzaamheden.

Voor Volvo is het een uitdaging om effectieve, efficiënte en aantrekkelijke trainingen op dit gebied aan te bieden aan zowel medewerkers in de werkplaats als in de sales want door de veranderingen in de logistiek en techniek zijn nieuwe kennis en vaardigheden nodig

Bijeenkomst op herhaling

Voor wie niet bij deze workshop aanwezig kon zijn, niet getreurd. Volgend jaar zal er een herhaling zijn van deze workshop. Via onze nieuwbrief houden we u hiervan op de hoogte.


Contactpersoon
Roelof de Haan
Roelof de Haan
Beleidsadviseur RAI CarrosserieNL
+31 20 504 4992