Arbeidsovereenkomst ontbonden vanwege schending re-integratieverplichtingen door werknemer

19 juli 2019

In mei organiseerde onze juridische helpdesk een informatiebijeenkomst voor haar leden over onder andere het onderwerp re-integratie. Daar kwam onder meer het belang van het aanspreken van de werknemer aan de orde in de situatie waarin de werknemer zich niet houdt aan zijn re-integratieverplichting(en).

De navolgende uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 24 mei 2019 geeft een goed beeld van de gevolgen van deze schending.

Wat was de casus?

De werknemer in kwestie kwam op 17 oktober 2016 voor onbepaalde tijd in dienst bij werkgever. In het najaar van 2018 werd de werknemer enkele keren aangesproken voor het feit dat hij onvoldoende bereikbaar was en niet reageerde op verzoeken of opdrachten van zijn leidinggevende. Op 26 november 2018 meldde de werknemer zich ziek.

De werkgever heeft verschillende keren tevergeefs geprobeerd contact te krijgen met de werknemer in verband met de wederzijdse re-integratie-verplichtingen. Toen dat steeds niet lukte stuurde de werkgever op 21 januari 2019 een waarschuwingsbrief, waarin de werknemer werd verzocht om vóór 23 januari 2019 contact op te nemen. Deed hij dat niet, dan zou het loon worden opgeschort. Ook nu gaf de werknemer niet thuis waarna de loonbetaling per 23 januari 2019 werd opgeschort.

Bij brief van 1 februari 2019 heeft werkgever de werknemer uitgenodigd voor een gesprek op kantoor en aangekondigd dat, indien hij op 4 februari 2019 niet aanwezig zou zijn voor het gesprek, zijn loon stopgezet zou worden. Werknemer was op 4 februari 2019 niet aanwezig.

Medio februari 2019 laten de bedrijfsarts en de arbodienst aan werkgever weten dat het hen niet lukt om contact met de werknemer te hebben. Er werd geen contact meer gelegd met de werknemer met als gevolg dat het loon werd stopgezet.  

Hoe oordeelde de rechtbank?

Het gaat in deze zaak om de vraag of de arbeidsovereenkomst kan worden ontbonden, omdat de werknemer zonder deugdelijke grond bij herhaling niet aan zijn re-integratieverplichting heeft voldaan, en hiermee dus verwijtbaar heeft gehandeld (de e-grond).

Uit de wet blijkt dat de kantonrechter een verzoek op de e-grond afwijst als werkgever de werknemer niet eerst schriftelijk heeft gemaand tot nakoming van zijn re-integratieverplichtingen danwel om die reden de betaling van het loon heeft gestaakt, of als de werknemer niet beschikt over een deskundigenoordeel van het UWV (art. 7:671b lid 5 BW). Hieraan was volgens de kantonrechter voldaan.

De werkgever beschikte niet over een deskundigenoordeel (wat verplicht is), maar de oorzaak hiervan valt werkgever niet te verwijten. Immers, de UWV-deskundige kreeg ook geen contact met de werknemer.

De kantonrechter stelt verder vast dat uit de feiten blijkt dat de werknemer zijn re-integratieverplichtingen bij herhaling niet is nagekomen. De werknemer is vanaf zijn ziekmelding onbereikbaar geweest voor werkgever of de arbodienst en er is veelvuldig geen opvolging gegeven aan oproepen. Werkgever heeft werknemer daar meerdere waarschuwingen voor gegeven en loonmaatregelen genomen, maar deze hebben geen bijstelling in het gedrag van werknemer bewerkstelligd. Er is niet gebleken dat de werknemer een deugdelijke reden had om niet mee te werken aan zijn re-integratieverplichtingen.

Gelet hierop acht de kantonrechter het gedrag van werknemer zodanig dat dit te kwalificeren is als ernstig verwijtbaar handelen. De kantonrechter concludeert dan ook dat de arbeidsovereenkomst met ingang van 1 juli 2019 ontbonden zal worden.

Bron: ECLI:NL:RBMNE:2019:2486