KiM zet schat aan fietsfeiten op een rij

16 maart 2018

Het gebruik van de fiets en de e-bike neemt toe maar er zijn wel grote ruimtelijke en sociale verschillen in de ontwikkelingen zichtbaar. Dit concludeert het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) in zijn uitgave 'Fietsfeiten'.

De publicatie (van harte aanbevolen de interactieve versie) somt in het kort de belangrijkste feiten en cijfers over de ontwikkelingen in het bezit en gebruik van de fiets en de e-fiets, en biedt een overzicht van de maatschappelijke effecten van fietsgebruik.

Een greep uit de vele fietsfeiten:

Ruim een kwart van alle verplaatsingen die Nederlanders maken gaat per fiets. Gemeten in afgelegde kilometers is het fietsgebruik sinds 2005 met ongeveer 12 procent toegenomen.

Het groeiend fietsgebruik hangt vooral samen met het onderwijs, het werk en de vrije tijd. Het fietsgebruik voor winkelen is niet toegenomen.

De groei van het fietsgebruik voor verplaatsingen naar en van het werk komt vooral door grotere fietsafstanden, met name door veertigers en vijftigers.

De leeftijdsgroep tot 30 jaar zorgt er vooral voor dat het fietsgebruik voor verplaatsingen naar en van onderwijsvoorzieningen. Grofweg de helft van de groei van het fietsgebruik voor vrijetijdsdoeleinden komt voor rekening van de 60-plussers.

In 2016 maakten Nederlanders ruim 400 miljoen verplaatsingen op de e-fiets (van de in totaal 18,6 miljard verplaatsingen), waarbij bijna 2 miljard kilometers werden overbrugd (van de totaal 187,3 miljard).

Bijna de helft van de met een e-fiets verreden kilometers wordt afgelegd door 65-plussers. Maar ook volwassenen jonger dan 65 jaar leggen een steeds groter deel van de e-fietskilometers af.

Door dagelijks met de fiets naar het werk te gaan neemt het risico op voortijdig overlijden met 41% af.

Een overstap van de auto naar de fiets levert een besparing op van 0,2 gram NOx per km en 0,01 gram fijnstof per km.

De jaarlijkse kosten voor infrastructuur per reizigerskilometer zijn voor de fiets €0,03, voor de auto €0,10, voor de bus €0,14 en voor de trein €0,18.

Het aantal verkeersdoden onder fietsers als gevolg van ongevallen zonder motorvoertuigen is de laatste tien jaar fors toegenomen terwijl het aantal doden van fietsongevallen met motorvoertuigen is afgenomen. Momenteel zijn bij grofweg 40 procent van de verkeersdoden onder fietsers geen andere motorvoertuigen betrokken.