Groei BPM ondermijnt duurzame mobiliteit

18 februari 2019

De gemiddelde aanschafbelasting (BPM) op een nieuwe benzine auto is tussen 2012 en 2018 met 56,4 procent gestegen van 2.967 naar 4.643 euro. Voor een dieselauto steeg de BPM zelfs met 82,7 procent, namelijk van 4.857 naar 8.876 euro.

Volgens Steven van Eijck, voorzitter van RAI Vereniging, staat deze toename haaks op de belofte van het Kabinet om de BPM deels af te bouwen. ‘De BPM ondermijnt ons streven naar duurzame, veilige en betaalbare mobiliteit en is op termijn onhoudbaar.’

Het wordt ieder jaar minder aantrekkelijk om een nieuwe auto in Nederland te kopen, stelt Van Eijck. ‘Mede door de alsmaar stijgende BPM op nieuwe auto’s kiezen autokopers in Nederland massaal voor een gebruikte auto uit binnen- of buitenland. Dit ondanks afspraken om de BPM tot 2021 met zo’n 15 procent af te bouwen. De totale BPM opbrengsten stegen sinds 2012 met 27,3 procent en bedroegen in 2018 ruim 2,1 miljard euro.

Hoogste autobelastingdruk

Naar het oordeel van Van Eijck is in bijna geen ander Europees land de belastingdruk op nieuwe auto’s zo hoog als in Nederland. Dit heeft grote gevolgen voor onze luchtkwaliteit en het terugdringen van CO2. ‘We hebben onze mond vol over vermindering van de uitstoot van CO2 en schadelijke stoffen door personenauto’s, maar ondertussen houden we de hiervoor noodzakelijke technologische vooruitgang tegen door de belasting op nieuwe auto’s voortdurend te verhogen.’

Gebruikte importauto’s

Afgelopen jaar werden voor het tweede jaar op rij meer dan 200.000 gebruikte auto’s uit het buitenland geïmporteerd, waarvan ruim een derde hooguit twee jaar oud is voor een belangrijk deel substituut voor nieuw in Nederland. De gemiddelde CO2-uitstoot van deze groep geïmporteerde auto’s lag met 126 gram, 14 gram hoger dan de gemiddelde CO2-uitstoot van alle in 2018 in Nederland verkochte nieuwe auto’s. De BPM-aangifte van al deze auto’s kost de overheid bovendien handenvol geld en is fraudegevoelig.

Kilometerprijs

Van Eijck: ‘RAI Vereniging heeft al eerder aangetoond dat invoering van een systeem van betalen naar gebruik, waarbij zowel de BPM als de MRB worden afgebouwd en omgezet naar een kilometerprijs, grote CO2-besparing kan opleveren, de overheidsinkomsten op peil houdt en de doorstroming verbetert. Hiermee maken we het verkeer ook nog eens veiliger en komt een einde aan de jarenlange verstoring van de Nederlandse automarkt in Europa. Het is nu tijd om door te pakken.’