Meer ILT-inspecteurs, meer aandacht voor E-merk voertuigverlichting en koudemiddel R134a

15 oktober 2019

De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) krijgt in haar taken (als uitvoeringsorgaan van I&W) 150 extra inspecteurs om de komende jaren steviger op te treden. Dit lezen we in het Meerjarenplan ILT 2020-2024, dat aan de Tweede Kamer is aangeboden.

Voor de mobiliteitsbranche betekent dit concreet (opnieuw) meer toezicht op de illegale handel in het koudemiddel R134a en extra controle op het aanwezig zijn van het benodigde E-keur op lampen en/of verlichtingsdelen. Ondanks dat het hier om bestaande regelgeving gaat wellicht een goed moment om de aanwezigheid en/of gebruik van deze producten binnen uw eigen organisatie (nogmaals) tegen het licht te houden.

Eerder meldde de ILT in een nieuwsbericht: “Er wordt LED- en xenonverlichting zonder E-merk voor voertuigen verkocht. De lampen zijn niet getest volgens de vereiste normen en zorgen voor oneerlijke concurrentie. Daarom zijn dergelijke lampen niet toegestaan. Om de verkoop te stoppen informeert de ILT de verkopers over de lampen zonder E-merk. Vanaf dit najaar kunnen handelaren inspecties verwachten.”

Gelijktijdig heeft de minister op 10 september per brief de Tweede Kamer geïnformeerd over dit ILT onderzoek naar voertuigverlichting. Daarin kunnen we tevens de volgende beleidswijziging lezen: “Uit het onderzoek bleek dat de bezochte (auto)handelaren voertuigverlichting verkochten zonder een E-merk. Om de consument te informeren dat deze lampen niet op de openbare weg mochten worden gebruikt gaven zij zelf op de verpakking aan dat dit niet mocht. Deze bedrijven veronderstelden dat zij hiermee de consument juist hadden voorgelicht en dat het aan de consument was om de keuze te maken welke soort verlichting er voor welk doel werd aangeschaft. De bedrijven handelden op deze wijze op basis van eerdere communicatie met de ILT.

Door de ILT is in het verleden aangegeven dat dergelijke verlichting die niet was voorzien van het E-merk, wel verkocht mocht worden zolang aan een afnemende partij (waaronder de consument) duidelijk werd gemaakt dat deze voertuigverlichting niet op de openbare weg mag worden gebruikt. Deze interpretatie van de wetgeving bleek gaande het EU toezichtproject echter onjuist. Alleen de fabrikant mag bepalen waar de verlichting voor gemaakt is en niet de importeur of distributeur.”

Daarnaast meldt de minister dat de ILT aan de betreffende bedrijven kenbaar heeft gemaakt dat dit niet mag en dat alle verkeersproducten die worden verkocht voor gebruik op de openbare weg moeten voldoen aan de wettelijke eisen die aan het product zijn gesteld. Dit houdt in dat het product moet zijn voorzien van een E-merk dat is aangebracht door de fabrikant. Daarbij heeft de ILT de betrokken bedrijven tot 1 november de tijd gegeven om de zaken aan te passen.

>> Meerjarenplan ILT 2020-2024


Contactpersoon
Eugène Moerkerk
Eugène Moerkerk
Beleidsadviseur
+31 20 504 4972