Kamervragen speed-pedelecs beantwoord

18 oktober 2019

Mede naar aanleiding van het NOS-nieuwsbericht ‘Supersnelle fietsen winnen snel aan populariteit’, stelde kamerlid Schonis vragen aan de minister van IenW. Vragen over marktontwikkelingen, leasefietsregeling en veiligheid.

Minister Cora van Nieuwenhuizen van IenW heeft deze vragen van kamerlid Rutger Schonis (D66) inmiddels per brief beantwoord.

Ongevallen

Schonis wilde weten hoeveel verkeersongelukken er met de speed-pedelec in het verkeer afgelopen jaren (2017-2018) bekend zijn. “In de landelijke verkeersongevallenregistratie BRON zijn in 2017 door de politie in totaal 7 verkeersongevallen geregistreerd waarbij een speed-pedelec betrokken was. In de gepubliceerde voorlopige ongevallencijfers over 2018 zijn 25 registraties van verkeersongevallen waarbij een speed-pedelec betrokken was. Om meer inzicht in de verkeersveiligheid van speed-pedelecs te krijgen, laat ik SWOV een diepteonderzoek doen naar ongevallen met speed-pedelecs. Die resultaten verwacht ik in de loop van 2020”, aldus Van Nieuwenhuizen.

Marktontwikkeling

Op de vraag naar de marktontwikkeling van de speed-pedelecs antwoordde de minister dat er geen prognoses bestaan voor de ontwikkelingen in het aantal speed-pedelecs. Uit cijfers van het CBS blijkt dat de afgelopen jaren het aantal speed-pedelecs stabiel stijgt met ongeveer drieduizend per jaar. In 2017 registreerde het CBS ruim 10 duizend speed-pedelecs, in 2018 bijna 14 duizend en in 2019 ruim 17 duizend.

Leasefietsregeling

Bij de vraag of een stijging in het aantal verkochte speed-pedelecs in 2020 te verwachten is door de verlaagde bijtelling voor de zakelijke fiets lichtte de minister toe dat de leasefietsregeling geldt voor alle ‘zakelijke’ fietsen en niet specifiek de aanschaf beoogt te stimuleren van een speed-pedelec. “Ik kan geen uitspraken doen over het effect van deze regeling voor wat betreft speed-pedelecs. Ik ga wel volgen hoe de leasefietsregeling wordt benut.”

Verkeersveiligheid

Bij de veiligheid voor weggebruikers bij snelheidsverschillen tussen verschillende voertuigen op het fietspad en, daar waar dat aan de orde is, ook op de rijbaan, gaf de minister aan zich ervan bewust te zijn dat er snelheidsverschillen bestaan tussen verschillende voertuigen in het verkeer en dat dit verkeersveiligheidsrisico’s met zich meebrengt.

“In Kamerbrieven uit 2016 en 2017 zijn de regels en de mogelijkheden voor wegbeheerders voor de plek van speed-pedelecs op de weg nader toegelicht. Onderzocht is of uitzonderingen op de bromfietsregels vanuit verkeersveiligheidsperspectief voor zowel de speed-pedelec rijder als andere kwetsbare verkeersdeelnemers nodig zijn. Dit onderzoek gaf geen aanleiding voor uitzonderingen”.

Vervolgens heeft de SWOV het effect van de nieuwe regelgeving nader onderzocht. Dit onderzoek ondersteunt de conclusie dat het snelheidsverschil op de rijbaan minder risico geeft op een ongeval dan met vergelijkbare snelheden op een fietspad te rijden. Om een goed en actueel beeld te krijgen van de verkeersveiligheid van de speed-pedelec laat zij de SWOV als gezegd een diepteonderzoek doen naar ongevallen.

Bromfiets?

Schonis wilde ook weten of een aparte categorie voor de speed-pedelec, dus anders dan ‘bromfiets’ is overwogen. De minister: de speed-pedelec valt binnen de Europese voertuigregelgeving. Sinds 2017 vallen speed-pedelecs in de Europese definitie van bromfietsen. Het zijn dus bromfietsen. Europese regelgeving is bepalend voor de voertuigeisen en rijbewijseisen van de speed-pedelec. “Voor wat betreft de plek op de weg zie ik op dit moment geen reden om een aparte categorie te overwegen.”

Plaats op de weg?

Op Schonis’ vraag of zij bereid is over de positie van de speed-pedelec op de openbare weg in gesprek te gaan met belangenorganisaties kon zij antwoorden al met diverse belangenorganisaties te praten. “Naast de ANWB en de Fietsersbond betrek ik ook de Kopgroep Speed-pedelecs waarin bestuurders van speed-pedelecs zich verenigd hebben. De uitkomsten van deze gesprekken en ervaringen van wegbeheerders betrek ik bij de ontwikkeling van mijn bredere beschouwing op de steeds grotere variëteit aan voertuigen op de weg, waarover ik de Kamer eind dit jaar zal informeren.”

>> Artikel NOS


Contactpersoon
Sacha Boedijn
Sacha Boedijn
Sectiemanager Fietsen
+31 20 504 4943
Miranda Maasman
Miranda Maasman
Public Affairs adviseur
+31 20 504 4949