Voorkom als carrosseriebouwer dat WLTP ‘Russische roulette’ wordt

10 juli 2019

Vanaf 1 september aanstaande gaat er veel wijzigen. Er moet in veel gevallen namelijk een CO2-berekening worden overlegd bij de toelating en daardoor waren alle ruim 70 zitplaatsen bezet tijdens de informatiebijeenkomst op 3 juli over ‘WLTP en aanpassingen aan voertuigen’, georganiseerd door RAI Vereniging met medewerking van de RDW.

Wanneer een carrosseriebouwer een voertuig wijzigt op het gebied van massa, rol- en/of luchtweerstand dan wijzigt de CO2-emissie. De gewijzigde emissie moet met een berekening worden aangetoond, want zonder de juiste berekening geen kenteken. Met behulp van een ‘rekentool’ van de fabrikant op internet kan deze berekening worden uitgevoerd.

Tot zover het ‘goede’ nieuws. Want het wordt een stuk lastiger, namelijk dat een fabrikant beperkingen kan stellen als het gaat om massa of afmetingen waardoor de combinatie van een bepaald merk en type voertuigen en opbouw niet meer toegelaten kan worden door de RDW. Tweede complicatie is dat veel rekentools nog niet beschikbaar zijn, dus dat het nu in veel gevallen gissen is of voertuigen die nu worden opgebouwd of verkocht na 1 september nog wel worden toegelaten.

De aanleiding voor deze wijzigingen is de invoering van de WLTP (Worldwide Harmonized Light Vehicle Testprocedure), wat de opvolger is van de NEDC, de Europese testcyclus voor het meten van het brandstofverbruik. De WLTP haalt de teugels aan omdat de afgelopen jaren is gebleken dat de gemeten waarden behoorlijk afwijken van het brandstofverbruik in de praktijk en de meetmethode veel ruimte liet voor manipulatie.

Categorie nieuw

De WLTP is van toepassing op:
* sommige M2 en N2 (3500-7500 kg) voertuigen en
* alle M1 + N1 (tot 3500 kg) voertuigen

Wordt een WLTP-voertuig aangepast/opgebouwd, dan moet de gewijzigde CO2-emissie bepaald worden. Dat moet met een tool van de voertuigfabrikant. Het overleggen van die berekening is onderdeel van de toelating/goedkeuring bij de RDW.

Bij voertuigen die nog een NEDC-emissiegoedkeuring hebben, wordt de tool niet toegepast en worden de CO2-waarden van het basisvoertuig gehanteerd.

Maar hoe kom je hier als carrosseriebouwer achter? In ieder geval via het CVO. Echter dit is in de praktijk vaak pas net voor de keuring beschikbaar. Dit is te laat omdat het niet zeker is dat het voertuig dat de klant wil en u als carrosseriebouwer moet gaan bouwen daadwerkelijk op basis van WLTP een kenteken gaat krijgen. Dit is afhankelijk van wat de fabrikant/importeur aan input heeft gegeven op het gebied van de belangrijkste componenten die de CO2-emissie/het brandstofverbruik bepalen, namelijk:

  1. Massa basisvoertuig en accessoires die extra bij het voertuig besteld kunnen worden (+ de carrosserie, laadklep, laadkraan en anderszins)
  2. Rolweerstand banden
  3. Luchtweerstand

Deze componenten moet elke fabrikant/importeur in een tool zetten waarmee een CO2-waarde te berekenen is. Als bijvoorbeeld het frontaal oppervlak van de laadbak die u voor uw klant wilt bouwen buiten de hiervoor door de fabrikant/importeur gestelde parameters valt zoals die deze in zijn/haar tool heeft gezet, dan betekent dit uiteindelijk dat voertuig niet te voorzien is van een kenteken omdat geen valide berekening met de tool bij de RDW kan worden overgelegd.

Uitgezonderd inzake WLTP berekening zijn: gepantserde voertuigen en rolstoeltoegankelijke voertuigen.

Wat als carrosseriebouwer te doen bij offerte?

  • Belangrijkste is dat de offertespecificatie van de carrosseriebouwer (waarin duidelijk het gewicht van de opbouw dient te staan en het frontaal oppervlak) en die van het voertuig past in de rekentool. Ons advies is de dealer de berekening te laten maken. Hieruit blijkt dan of het voertuig al dan niet binnen de WLTP valt en ‘keuringswaardig’ is.
  • Zorg als carrosseriebouwer voor duidelijkheid in het proces door in het offerteproces zoals hierboven genoemd te omschrijven en duidelijk aan te geven dat elke wijziging op de offerte nadien effect kan hebben op al dan niet WLTP.

Belangrijk is dus dat klant, dealer en carrosseriebouwer vanaf de start van het offertetraject met elkaar communiceren zodat elke partij snel weet waarmee al dan niet rekening gehouden dient te worden.

Wat als carrosseriebouwer te doen bij reeds ontvangen order en voertuig na 1 september te keuren?

  • Indien het voertuig in de categorie N1 /M1 of N2/M2 valt dan is ons advies z.s.m. contact op te nemen met de dealer of importeur om duidelijkheid te krijgen of het al dan niet een WLTP-voertuig betreft. Valt het voertuig binnen de WLTP, dan de tool invullen waaruit duidelijk wordt of de keuring na 1 september problemen gaat opleveren of niet. Ook hier is dus actie op korte termijn vereist
  • Wijzingen tijdens de bouw hebben effect op het eigen gewicht en/of frontaal oppervlak en hiermee op de WLTP. Wees u hiervan bewust.

Aanpassen bestaand voertuig

Ook bij keuringsplichtige wijzigingen aan reeds gekentekende voertuigen (zoals genoemd in Hoofdstuk 6 van de Regeling Voertuigen; ‘wijziging constructie’), gaat de RDW bij WLTP-voertuigen per 1 september 2019 eisen dat een berekening van de gewijzigde CO2-emissie met de tool wordt overgelegd.

Bedrijven met een GWC-goedkeuring zullen die goedkeuringen hierop aan moeten gaan passen; de RDW zal betrokken bedrijven nog nader informeren over hoe en wat.

Bedrijven met een GWC-erkenning (en GWC-goedkeuringen) gebruiken ombouwverklaringen. Die worden ook gehanteerd bij nieuwe nog niet tenaamgestelde voertuigen. De RDW beschouwt dat als een oneigenlijk gegroeide praktijk, omdat wijziging constructie/GWC alleen van toepassing is op reeds tenaamgestelde voertuigen; de RDW gaat dat dus niet meer accepteren. Ook hierover zullen de betrokken bedrijven een brief ontvangen.

Geen tool beschikbaar

De EU-regelgeving stelt dat bij incomplete voertuigen met WLTP-goedkeuring altijd de tool moet worden toegepast voor bepaling van de gewijzigde CO2-emissie. Geen tool beschikbaar of geen toegang tot de tool betekent dus dat geen berekening kan worden overgelegd bij de RDW en het opgebouwde / omgebouwde / aangepaste voertuig niet kan worden toegelaten.

Bij complete voertuigen is er een tweede optie als er geen tool beschikbaar is. Dan mag de zogenoemde Vhigh CO2-waarde van het basisvoertuig gehanteerd worden. Echter: alleen op voorwaarde dat de aanpassingen binnen de grenzen van de interpolatiefamilie vallen waartoe het voertuig behoort. Die gegevens staan in de typegoedkeuring van het voertuig en kan dus alleen de fabrikant/importeur verstrekken, wat in de praktijk een zeer lastig traject zal zijn.

Conclusie

De informatie bijeenkomst zorgde aan de ene kant voor wat meer duidelijkheid, maar aan de andere kant konden veel vragen over de praktische uitvoering (nog) niet beantwoord worden door de RDW. Als een paal boven water staat wel dat voor carrosseriebouwers de rekentool belangrijk is om te bepalen of een voertuig zal worden toegelaten door de RDW of niet. Door de pas zeer recente beschikbaarheid van de tool van enkele voertuigfabrikanten is het zeer goed opletten bij het uitbrengen van offertes en duidelijk in offerte te zijn over het al dan niet mogelijk zijn van kentekening van de door de klant gevraagde configuratie. Anders wordt het een soort ‘Russische roulette’ zoals ook vanuit de zaal werd opgemerkt aan het einde van de bijeenkomst.

Uitstel noodzakelijk

RAI Vereniging heeft al eerder bepleit om uitstel van de datum van 1 september. Ook bij deze bijeenkomst bleek dat er nog zoveel open eindjes zijn dat 1 september als startdatum te vroeg is en de aanwezige RDW-mensen zijn hopelijk tot dezelfde conclusie gekomen. Met dit gegeven en een brief die al eerder vanuit RAI Vereniging aan de RDW-directie is gestuurd komt er hoogstwaarschijnlijk deze week een reactie vanuit de RDW.


Contactpersoon
Wout Benning
Wout Benning
Beleidsadviseur
+31 (0) 20 504 4965
Kees Pereboom
Kees Pereboom
Beleidsadviseur
+31 (0) 20 504 4971