Bepaling CO2-waarde van WLTP-voertuigen bij opbouw / ombouw

8 januari 2019

De WLTP is de nieuwe testmethode voor de emissies en CO2-uitstoot van personen- en bestelauto’s. In de WLTP-regelgeving (verordening 2017/1151) van de EU zijn ook bepalingen opgenomen voor de bepaling van de CO2-emissie van voertuigen ingeval van een meerfasengoedkeuring. Die bepalingen zijn met een wijziging van eind november aangepast. De praktische toepassing zal echter wat minder eenvoudig zijn.

WLTP animatie

De WLTP is sinds 1 september 2018 verplicht voor alle nieuwe registraties (m.u.v. opgegeven restantvoorraad) van personenauto’s en bestelauto’s categorie N1 klasse I, en per 1 september 2019 ook voor bestelauto’s categorie N1 van klasse II en III. Maar ook voertuigen van vóór deze data kunnen al een WLTP-goedkeuring hebben.

Bijlage XII; meerfasengoedkeuring en individuele toelating

In bijlage XII van de WLTP-Verordening staan onder punt 2 de bepalingen omtrent het bepalen van de CO2-emissie van (WLTP-) voertuigen ingeval van een meerfasengoedkeuring.

Aanvankelijk waren deze bepalingen alleen van toepassing op incomplete N1-voertuigen voor meerfasentypegoedkeuring. Met de wijziging (in Verordening 2018/1832) is bijlage XII nu ook van toepassing op de categorie M1 (en eventuele N2 en M2 met een WLTP-goedkeuring), op voertuigen die individueel worden toegelaten, en op complete voertuigen die worden aangepast / omgebouwd.

Deze wijziging is op 1 januari 2019 in werking getreden.

Belangrijk onderdeel van bijlage XII was en is het berekeningsinstrument (‘calculation tool’) van de fabrikant van het basisvoertuig voor de bepaling van de CO2-emissie van het voltooide voertuig.

De tekst van de gewijzigde bijlage XII kunt u hieronder (na inloggen) downloaden.

Bepalingen bijlage XII

De inhoud van bijlage XII laat zich niet makkelijk lezen. Het komt er op neer dat de 2e fase-bouwer bij incomplete voertuigen altijd het berekeningsinstrument van de fabrikant van het basisvoertuig moet gebruiken voor de bepaling van de CO2-emissie van het voltooide voertuig.
Uitsluitend bij de aanpassing van complete voertuigen mag - als het instrument niet beschikbaar is -  als alternatief de zogenoemde Vhigh CO2-waarde van het basisvoertuig gebruikt worden (met instemming van de goedkeuringsinstantie).

Praktische toepassing

RAI Vereniging heeft al medio 2018 overleg gehad met de RDW over hoe de RDW een en ander in de dagelijkse praktijk wil en gaat toepassen.  Met de verwachting dat dat zou resulteren in een handzaam schema of overzicht van ‘wat, wie, hoe, wanneer’.

Helaas is dergelijke informatie er nog niet; wij hebben niet structureel nadere informaties van de RDW ontvangen, alleen fragmentarisch via derden (zoals de informatie dat voor voertuigen voor bijzondere doeleinden (kampeerwagens, ambulances, lijkwagens, gepantserde voertuigen, en voor rolstoelen toegankelijke voertuigen) de RDW het beleid volgt van andere landen om bij dergelijke voertuigen die als 2e fase voertuig tot stand komen op basis van een compleet 1e fase voertuig, geen nieuwe CO2-calculaties na ombouw te vereisen; tot nader order (nadere besluitvorming in de EU) ook na 1 januari 2019 niet.)

Dat heeft waarschijnlijk te maken met interpretaties van EU-landen, nog lopende discussies binnen de EU, verschillende visies binnen de RDW op bepaalde aspecten, een toch op punten nog weer andere inhoud van de definitieve gewijzigde tekst van bijlage XII dan de concept-tekst. De weinig pro-actieve houding van de RDW draagt echter ook niet bij aan duidelijkheid.

Verdere afstemming met RDW

RAI Vereniging zal bij de RDW aandringen op het snel beschikbaar komen van duidelijke informatie voor de branche.

Meer informatie: Kees Pereboom  (c.pereboom@raivereniging.nl)


Contactpersoon
Kees Pereboom
Kees Pereboom
Beleidsadviseur
+31 (0) 20 504 4971