Bijtelling zakelijke fiets op 7 procent

19 september 2018

Zoals vorige week al via de media bekend werd, zal er met ingang van 1 januari 2020 een forfaitaire bijtellingsregeling voor zakelijke fietsen worden ingevoerd. Met een bijtelling van 7 procent.

fietsers op erasmusbrug

Uit de Fiscale Vergroeningsmaatregelen die onderdeel uitmaken van het Belastingplan 2019 dat gisteren bij Prinsjesdag is gepubliceerd, blijkt dat dit percentage inderdaad 7% zal bedragen.

De regeling geldt voor fietsen, e-bikes en speed pedelecs. Er zijn geen beperkende maatregelen in de wet opgenomen zoals bijvoorbeeld een minimaal aantal dagen dat de fiets gebruikt moet worden voor het woon-werk verkeer.

RTL bracht eerder al het nieuwsbericht dat het Kabinet de forfaitaire bijtelling voor het privégebruik van een zakelijke fiets wilde aanpassen.

Hieronder vindt u de relevante tekst uit de Memorie van Toelichting behorend bij de “Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Fiscale vergroeningsmaatregelen 2019)” waarin de maatregel wordt toegelicht.

Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Fiscale vergroeningsmaatregelen 2019)
Memorie van toelichting
3. Forfaitaire bijtelling ter beschikking gestelde fiets van de zaak
Fietsen kan een duurzaam en efficiënt alternatief zijn voor reizen met de auto of het openbaar vervoer. Fietsen belast de luchtkwaliteit minder en kan zorgen voor minder drukte op de weg of in het openbaar vervoer. Bovendien brengt het gebruik van de fiets gezondheidsvoordelen met zich ten opzichte van het gebruik van de auto of het openbaar vervoer. Het stimuleren van het fietsgebruik past daarom binnen het mobiliteitsbeleid van dit kabinet, zie ook de brief van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat van 12 juni 2018.2 De huidige fiscale regels om de waarde te bepalen van het privévoordeel van een ter beschikking gestelde fiets van de zaak worden in de praktijk als belemmering ervaren om een fiets ter beschikking te stellen. Duidelijke en eenvoudige fiscale regels om de waarde van het privévoordeel te bepalen kunnen daarom bijdragen aan het aantrekkelijk maken van een fiets van de zaak en daarmee het fietsgebruik stimuleren.
Werkgevers hebben al fiscale mogelijkheden om hun werknemers te stimuleren de fiets te pakken voor het woon-werkverkeer. Het is op dit moment voor werkgevers bijvoorbeeld mogelijk om hun werknemers een lening te verstrekken voor de aanschaf van een (elektrische) fiets, die terugbetaald kan worden via de belastingvrije vergoeding van € 0,19 per zakelijke kilometer (waaronder woon-werkverkeer). Desalniettemin blijkt uit overleg met de branche dat voor werknemers de hoge aanschafprijs van een (elektrische) fiets nog steeds een drempel kan vormen om woon-werkverkeer met de fiets af te leggen.
Indien een werkgever een fiets, die voor zakelijke kilometers (waaronder woon-werkverkeer) wordt gebruikt, mede voor privédoeleinden ter beschikking stelt aan zijn werknemer, behoort de waarde van het in dat kader door de werknemer genoten privévoordeel tot het bij die werknemer te belasten loon. Op dit moment zijn in de fiscale wetgeving geen specifieke bepalingen opgenomen over de wijze waarop de waarde van dat privévoordeel moet worden bepaald. Er is ook niet voorzien in een forfaitaire bijtelling zoals voor de door de werkgever ter beschikking gestelde auto. Zonder dergelijke bepalingen is het vaststellen van de waarde van dat privévoordeel ingewikkeld en leidt het tot hoge administratieve lasten. Per geval moet worden bepaald wat de waarde van het genoten voordeel is van de mogelijkheid om de ter beschikking gestelde fiets voor privédoeleinden te gebruiken. Mede daarom is in antwoord op Kamervragen van het Tweede Kamerlid Sienot aangekondigd dat in samenwerking met de branche een onderzoek zou worden gedaan naar een eenvoudigere waardebepaling van het privévoordeel van de fiets van de zaak en dat de uitkomst daarvan zou worden opgenomen in het pakket Belastingplan 2019.
Gelet op het bovenstaande wordt voorgesteld om vanaf 1 januari 2020 de waarde van het privévoordeel van de fiets van de zaak vast te stellen met behulp van een forfait. Mede op basis van een globaal onderzoek door de branche wordt, uitgaande van een verondersteld privégebruik van 25%, een bijtelling voorgesteld van 7% van de consumentenadviesprijs, oftewel de oorspronkelijke nieuwwaarde, van de fiets. Dat is de in Nederland door de fabrikant of importeur publiekelijk kenbaar gemaakte prijs van de fiets bij verkoop aan de afnemer. De consumentenadviesprijs geeft een eenduidig uitgangspunt om de waarde van het privévoordeel te bepalen.
De fiscale uitvoeringspraktijk rondom de fiets van de zaak wordt door de forfaitaire bijtelling ter bepaling van de waarde van het privévoordeel van de ter beschikking gestelde fiets eenvoudiger en daarmee aantrekkelijker gemaakt. Daarnaast wordt naar de mening van het kabinet met het voorgestelde bijtellingspercentage op een reële wijze de waarde van het privévoordeel van de fiets van de zaak vastgesteld en belast. Ter illustratie: voor een elektrische fiets van € 2000 geldt dan een jaarlijkse bijtelling van € 140. Uitgaande van een gemiddeld marginaal tarief van 42%, leidt dat tot een belastingheffing van € 58, oftewel minder dan € 5 per maand. Doordat met het voorgestelde percentage zo veel mogelijk is aangesloten bij het veronderstelde privégebruik van de ter beschikking gestelde fiets werkt de voorgestelde regeling budgettair neutraal uit en wordt met de hiermee te realiseren vereenvoudiging een toename van het gebruik van de fiets bewerkstelligd. Voor met de fiets van de zaak afgelegde (al dan niet zakelijke) kilometers bestaat uiteraard geen recht op een belastingvrije vergoeding.
Om de toepassing van de bijtellingsregeling zo eenvoudig mogelijk te maken wordt de bijtelling in ieder geval van toepassing als de fiets voor (een deel van) het woon-werkverkeer ter beschikking staat. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen de verschillende soorten fietsen. Er is dus niet voorzien in een gedifferentieerd tarief tussen bijvoorbeeld (elektrische) stadsfietsen, bakfietsen en zogenoemde speed pedelecs (rijwielen met elektrische trapondersteuning en met een bromfietskenteken).
Voorgesteld wordt een vergelijkbare regeling te laten gelden voor de bepaling van de waarde van de onttrekking met betrekking tot een tot het ondernemingsvermogen behorende fiets die aan een ondernemer mede voor privédoeleinden ter beschikking staat. Ook voor een resultaatgenieter geldt dan een vergelijkbare regeling.
Vanaf het moment dat de ter beschikking gestelde fiets in eigendom overgaat op de werknemer of tot het privévermogen van de ondernemer of resultaatgenieter gaat behoren, is de bijtelling niet langer van toepassing. Een eventueel met die overgang samenhangend voordeel voor de werknemer, ondernemer of resultaatgenieter is op basis van de daarvoor geldende regels belast. Daarvan kan bijvoorbeeld sprake zijn als de werknemer bij de eigendomsoverdracht niet de (volledige) waarde in het economische verkeer van de fiets hoeft te betalen.
De nieuwe forfaitaire regeling in de inkomsten- en loonbelasting beïnvloedt de bestaande btw-regels voor een ter beschikking gestelde fiets van de zaak niet. Een btw-ondernemer heeft in beginsel recht op aftrek van btw op goederen of diensten die hij voor btw-belaste doeleinden bestemt. Bij privégebruik daarvan dient een correctie plaats te vinden. Voor de btw geldt ook woon-werkverkeer als privégebruik. Voor de fiets die een btw-ondernemer koopt en aan de werknemer verstrekt of ter beschikking stelt, geldt een afwijkende regeling. Goedgekeurd is dat als de inkoopprijs van de aan de werknemer verstrekte fiets na aftrek van de eigen bijdrage van de werknemer hoger is dan € 749 inclusief btw, de aftrek van btw uitgesloten is voor het bedrag dat uitkomt boven € 749.5 Tot de grens van € 749 inclusief btw komt de btw volledig voor aftrek in aanmerking (mits de ondernemer volledig aftrekgerechtigd is). Buiten deze goedkeuring gelden de normale wettelijke regels.

Zeer betaalbaar

De bedragen die vanaf 2020 jaarlijks betaald moeten worden door de consument zijn zeer laag te noemen; bij een bijtelling van 7 procent worden ook duurdere elektrische fietsen voor de reiziger toegankelijk.

Voorbeeldberekening wat dit percentage in absolute bedragen betekent:

 

Leaseregeling

Consumenten-adviesprijs

Belastingdruk

Bijtellingspercentage

Jaarlijkse belasting

Maandelijkse belasting

fiets

€ 600

36,93%

7%

€ 16

€ 1,33

e-bike

€ 2.000

36,93%

7%

€ 52

€ 4,33

speed-pedelec

€ 3.500

36,93%

7%

€ 90

€ 7,50

           

Leaseregeling

Consumenten-adviesprijs

Belastingdruk

Bijtellingspercentage

Jaarlijkse belasting

Maandelijkse belasting

fiets

€ 600

49,5%

7%

€ 21

€ 1,75

e-bike

€ 2.000

49,5%

7%

€ 69

€ 5,75

speed-pedelec

€ 3.500

49,5%

7%

€ 121

€ 10,08

Voorbeeld berekening maandelijkse en jaarlijkse kosten fietser voor het prive gebruik van de zakelijke fiets bij 7 procent bijtelling

 

Zie ook ons dossier (met position paper en themablad) en ons eerdere nieuwsbericht erover hier.