BOVAG-RAI Aftersales Monitor 2016

11-05-2017

Niet eerder gingen zoveel autobezitters met hun auto voor onderhoud naar een autobedrijf. Daarmee is een noodzakelijke inhaalslag gemaakt nadat het auto-onderhoud tijdens de economische recessie juist minder aandacht kreeg. In 2016 nam het aantal onderhoudsmomenten ten opzichte van 2015 met 1,5 miljoen toe, naar 15,6 miljoen. Een stijging van 11 procent, zo blijkt uit de jaarlijkse Aftersales Monitor 2016 van RAI Vereniging en BOVAG, uitgevoerd door onderzoeksbureau GfK.

Aftersales Monitor 2016

Omgerekend hebben in 2016 ruim 7,2 miljoen personenauto’s een werkplaats bezocht, oftewel 89,8 procent van het totale rijdende wagenpark in Nederland. Dat is het hoogste aandeel sinds de start van de Aftersales Monitor in 2009. Het dieptepunt lag in 2011, toen slechts 79,6 procent van alle personenauto’s de werkplaats van binnen zag. Door deze ontwikkeling steeg de onderhouds- en reparatieomzet voor autobedrijven afgelopen jaar met 9 procent in vergelijking met 2015, naar 3,8 miljard euro.

Uitgaven aan onderhoud 
Gemiddeld werd per auto vorig jaar 529 euro uitgegeven aan onderhoud en reparaties, marginaal meer dan in 2015, toen gemiddeld 525 werd gespendeerd. Voor auto’s in de leeftijd van 7 tot 10 jaar gaven de eigenaren afgelopen jaar het meeste uit: 629 euro, terwijl dat voor nieuwe auto’s van 0 tot 3 jaar 464 euro was. Per werkplaatsbezoek lag het gemiddelde bedrag in 2016 op 246 euro ten opzichte van 249 euro een jaar eerder.   

Hiernaast is een samenvatting het rapport te downloaden. Voor leden is de tabellenrapportage te downloaden.