Bijtellingscategorieën

10 oktober 2019

Voor het privé-gebruik van een auto van de zaak moet belasting worden betaald.

auto's in stad

Korting
De jaarlijkse bijtelling bij de loon- en inkomstenbelasting (bijtelling LB/IB) van de zakelijke auto die ook privé gebruikt wordt, bedraagt met ingang van 1 januari 2017 22% van de catalogusprijs van de auto. Voor auto's die geen CO2 uitstoten geldt een bijtelling van 4%.

Met ingang van 1 januari 2020 moet voor auto’s met een CO2- uitstoot van 0 gram 8% bijtelling worden betaald. In 2021 bedraagt de bijtelling 12%, in de periode 2022 tot en met 2024 16% en vanaf 2025 17%. Voor volledig elektrische auto’s geldt dat vanaf 1 januari 2019 voor het gedeelte van de fiscale waarde dat boven de € 50.000,- uitkomt het standaard tarief van 22% moet worden betaald. Voor voertuigen op waterstof geldt deze aftopping niet. Vanaf 1 januari 2020 geldt een grens van € 45.000,- en in 2021 € 40.000,-. Voor voertuigen op waterstof geldt deze aftopping niet tot en met 2023.

Standaard leaseperiode
Auto’s houden overigens het bijtellingstarief voor een periode die gelijk is aan de standaard leaseperiode, rekenend vanaf het moment dat de auto voor het eerst op kenteken is gesteld. Het ministerie van Financiën heeft de standaard leaseperiode bepaald op 60 maanden.

Na de periode van 60 maanden wordt jaarlijks bepaald of de auto nog in aanmerking komt voor een korting op het algemene bijtellingspercentage. Voor auto’s die voor 1 januari 2017 voor het eerst op naam gesteld zijn is het algemene bijtellingspercentage 25%, voor auto’s daarna die daarna te naam zijn gesteld geldt het 22% bijtellingspercentage.

Vrijstelling
Er is een vrijstelling van de bijtelling voor zakelijke auto’s die niet meer dan 500 kilometer per jaar privé rijden. Wanneer minder dan 500 km privé wordt gereden en een sluitende rittenadministratie kan worden overlegd, dan bedraagt de bijtelling nihil. Om aan de bijtelling te ontkomen, moet de werknemer zelf aantonen dat er minder dan 500 kilometer privé is gereden in een jaar. Hiervoor moet een sluitende rittenadministratie worden overlegd met:

  • Begin- en eindstand van de kilometerteller per rit
  • Adres van vertrek en bestemming
  • Gereden route wanneer deze afwijkt van de meest gebruikelijke

Aard van de rit (zakelijk of privé)
Om te voorkomen dat de werkgever al maandelijks een inhouding verricht voor de bijtelling, kan de werknemer een ‘verklaring van géén privé-gebruik’ overleggen. Dit ontslaat hem echter niet van de verplichting tot het bijhouden van de rittenadministratie.

Elektrische laadpalen en bijtelling 
Het plaatsen van een laadpaal in of bij de woning van een werknemer met een auto van de zaak wordt geacht deel uit te maken van de terbeschikkingstelling van de auto. De bijtelling wordt hier dus niet hoger door. Dit geldt ook voor een vergoeding voor door de werknemer zelf gemaakte kosten voor het plaatsen van de laadpaal.

Als er geen sprake is van een bijtelling omdat de auto van de zaak aantoonbaar voor niet meer dan 500 privékilometers per jaar wordt gebruikt, wordt ook de laadpaal geacht voor zakelijk gebruik te zijn bedoeld.

Voor de elektriciteitskosten mogen werkgever en werknemer overeenkomen dat de werknemer de feitelijk verbruikte elektriciteit voor de auto van de zaak tegen kostprijs doorlevert aan de werkgever. Ook de kosten van een meter om het feitelijke verbruik te kunnen vaststellen, behoren dan tot die kostprijs. Zo’n overeenkomst levert dan geen belast loon op voor de werknemer. Als een werkgever een laadpaal betaalt voor een eigen auto van de werknemer is de goedkeuring niet van toepassing. In dat geval kan de werkgever niet meer onbelast vergoeden dan 19 eurocent per zakelijke kilometer. De kosten voor de elektriciteit zijn dan inbegrepen in de onbelaste vergoeding.

Ondernemers met een (semi)elektrische auto kunnen de met de oplaadvoorziening samenhangende kosten bij hun winstbepaling in aanmerking nemen. Ook voor hen geldt dat de forfaitaire bijtelling hierdoor niet hoger wordt.

Bijtelling voor bestelauto’s (grijs kenteken)
De regels voor de bijtelling bij een bestelauto zijn over het algemeen gelijk aan die voor een personenauto. Bij de bestelauto moet men er echter rekening mee houden dat de grondslag voor de bijtelling wordt gevormd door de catalogusprijs inclusief de BTW en de BPM, ondanks dat de BTW doorgaans kan worden afgetrokken en de BPM feitelijk niet verschuldigd is wanneer de auto meer dan bijkomstig wordt gebruikt in het kader van de onderneming.


Contactpersoon
Eric-Jan van der Berg
Eric-Jan van der Berg
Beleidsadviseur
+31 20 504 4927