Kilometertellerfraude

Tellerfraude is het terugdraaien van de kilometerstand van een voertuig, doorgaans met de bedoeling de prijs van een voertuig kunstmatig en onrechtmatig op te drijven. Deze hardnekkige vorm van fraude kost Nederland jaarlijks zo’n 160 miljoen euro (bron: RDW). Kopers tellen teveel geld neer voor een auto met een gemanipuleerde lagere kilometerstand, zowel bij aanschaf als bij onderhoud. Ook de professionele autohandel ondervindt er last en schade van, inclusief imagoschade.

kilometertellerfraude

Standpunt RAI Vereniging
Tellerfraude is schadelijk voor zowel de consument als voor goedwillende autobedrijven. Bovendien werkt het ondermijnend voor het consumentenvertrouwen. RAI Vereniging is daarom fel gekant tegen elke vorm van tellerfraude die zij graag uitgeroeid ziet. RAI Vereniging is, naast BOVAG oprichter van de Vereniging Aanpak Tellerfraude (VAT), die daarvoor is opgericht.

Wetgeving
Er bestaat al wel specifieke wetgeving om deze hardnekkige vorm van fraude te bestrijden, maar helaas blijkt die in de praktijk niet goed te werken, omdat er voldoende handhavingsmogelijkheden zijn. Dat kan veel beter door een eenvoudige wetswijziging, die alleen een verwijzing toevoegt van een algemeen wetsartikel (art. 67 Wetboek van Strafvordering) naar het specifieke wetsartikel over tellerfraude (art. 70m Wegenverkeerswet).

Tellerfraude viel voorheen onder het algemene delict oplichting, maar sinds 2014 is het een specifiek delict. Helaas heeft deze specifieke strafbaarstelling (nog) niet geleid tot vermindering van tellerfraude.  In de praktijk zijn er nog geen zaken berecht onder dit speciale ingevoerde wetsartikel. Twynstra en Gudde kwam in 2016, bij de evaluatie in opdracht van IenM, helaas tot de conclusie dat het te vroeg is om al conclusies te trekken omdat er nog geen afgeronde zaak is die onder dat specifieke artikel is berecht. Dit is echter een cirkelredenering.

Handhaving
De politie meldt dat dit artikel te weinig handhavingsmogelijkheden geeft en dat dáárom nog niemand is berecht. In de praktijk valt de politie in voorkomende gevallen toch weer terug op het algemene delict Oplichting. Het probleem daarvan is echter dat de bewijslast bij oplichting veel zwaarder is dan bij tellerfraude. Voor tellerfraude is het al voldoende dat vast staat dát de kilometerteller is gemanipuleerd, en niet wat de bedoeling daarbij was. Voor oplichting moet justitie niet alleen het terugdraaien van de teller bewijzen, maar daarnaast ‘het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen’. Hoewel tellerfraude technisch niet eenvoudig is en niet per abuis zal plaatsvinden is dat nog onvoldoende om opzet te bewijzen. Samengevat: tellerfraude geeft te weinig opsporingsbevoegdheden maar kent een relatief lichte bewijslast, oplichting biedt uitgebreidere opsporingsbevoegdheden maar kent een relatief zware bewijslast. Betere handhaving is al mogelijk met een -geringe- wetswijziging, die ruimere opsporingsbevoegdheden biedt zonder de bewijslast te verzwaren.

De enkele toevoeging van art. 70m aan de bestaande uitgebreide opsomming van delicten in art. 67 strafvordering is al voldoende. Dit art. 67 strafvordering bevat tientallen delicten waarvoor voorlopige hechtenis is toegestaan (en daarmee een aantal andere dwangmiddelen), zelfs al staat er minder dan vier jaar gevangenisstraf op

Met het huidige art. 70m, zónder de door RAI Vereniging gewenste verwijzing vanuit art. 67 Strafvordering, zijn de bevoegdheden onvoldoende en dit belemmert gedegen vooronderzoek. Dat komt doordat dwangmiddelen zoals aanhouden buiten heterdaad, inverzekeringstelling, voorlopige hechtenis en het doen van huiszoekingen volgens dit artikel niet zijn toegestaan, wat samenhangt met de toepasselijke maximumstraf (minder dan vier jaar gevangenisstraf). Koppeling tussen 67 SV en 70m WVW repareert deze omissie. De wetteksten staan in de bijlage bij dit position paper. (hiernaast te downloaden)

Contactpersoon