Autofabrikanten, toeleveranciers en vakbonden over sociale aspecten CO2-reductie

06-11-2017

ACEA, CLEPA en de Europese vakbond IndustriAll hebben een gezamenlijke reactie geschreven op de rapportage over het EU-programma ‘GEAR 2030’ die onlangs door de Europese Commissie is uitgebracht.

GEAR 2030 ‘Competitiveness and sustainable growth of the automotive industry in the EU’ schetst de sleutelfactoren voor de concurrentiekracht van de sector op weg naar 2030, met focus op het CO2-neutraal maken van het transport en op connected en zelfrijdende voertuigen. Deze ontwikkelingen zullen het karakter van de industrie, haar producten, businessmodellen en waardeketen fundamenteel veranderen.

ACEA, CLEPA en IndustriAll ondersteunen de rapportage, maar dringen erop aan dat de gedane aanbevelingen in de juiste context gebruikt worden, vooral waar het gaat om CO2-reductiedoelstellingen voor auto’s en bestelwagens vanaf 2021 die de Commissie binnenkort zal voorstellen.

De drie organisaties onderschrijven het stellen van ambitieuze CO2-grenswaarden voor na 2021, om de Europese klimaatdoelstellingen te halen.

Zij vinden wel dat dit gedaan moet worden op een wijze die zorgt voor positieve synergie tussen de milieudoelstellingen en het stimuleren van investeringen, waarmee innovatie en werkgelegenheid wordt bevorderd. Nieuwe doelstellingen moeten economisch en technologisch haalbaar zijn en zekerheid over de investeringen door de industrie moet gewaarborgd zijn.

Het CO2-arm maken van het wegtransport vergt diverse sporen, technologieën en oplossingen. Technologieneutraliteit is daarbij essentieel om Europa’s leidende industriële positie te behouden. Op dit moment maakt de verkoop van elektrische auto’s immers nog maar 1,5% van de totale nieuwverkopen uit.

Marktvraag
De organisaties onderstrepen daarom het belang van het vergroten van de marktvraag naar nul- en lage-emissie voertuigen. Tegelijkertijd waarschuwen zij tegen het opleggen van quota, vooral waar dit afhangt van factoren die buiten de invloed van de sector liggen, zoals de energievoorziening, laadinfrastructuur, acceptatie door de consument (die afhangt van actieradius en betaalbaarheid), overheidsstimulering en toegang tot (schaarse) grondstoffen.

De GEAR 2030-rapportage geeft welkome aanbevelingen rond menselijk kapitaal en de vereiste beroepsvaardigheden voor de toekomst van de industrie. Het gaat echter niet in detail in op de sociale en werkgelegenheidsimpact van het streven naar klimaatneutraliteit en lidstaten moeten zich bewust zijn van de impact die hun keuzes kunnen hebben.

Werkgelegenheid
Massa-ontslagen en de teloorgang van automotive regio’s moeten worden voorkomen. Dat vergt een grondige inschatting van de sociale en economische impact en strategieën om voor een geleidelijke en sociaal aanvaardbare overgang te zorgen. Een op de drie banen hangt nu immers samen met de productie van conventionele aandrijflijnen. De energietransitie zal zeker nieuwe banen scheppen (bijvoorbeeld in IT en aanleg van laadinfrastructuur), maar dat zal vaak op een ander moment, op een andere plaats zijn en andere vaardigheden vereisen dan de productiefuncties die overbodig zullen worden.

Harmonisatie
Een andere pijler van GEAR 2030 zijn connected en zelfrijdende voertuigen, wat naast grote kansen ook uitdagingen biedt. De organisaties dringen er bij de EU op aan om de markt en standaarden, zowel op Europees als internationaal niveau, voor deze voertuigen te harmoniseren. Extra investeringen in dragende technologieën en relevante infrastructuur zijn ook essentieel.